• Lorem ipsum

Wat is wel en wat is niet of moeilijk composteer baar?

15 Apr 2020

Wat is wel en wat is niet composteerbaar?

Schillen van citrusvruchten en ander fruit: Net zoals alle fruitresten zijn ook schillen van sinaasappels of uitgeperste citroenen perfect composteerbaar. Snij ze in stukken om de vertering te versnellen. Laat je niets wijsmaken over ‘te zuur’. De afbraakorganismen weten wel beter. Vergeet echter niet om bij dit uitgesproken ‘groene’ materiaal telkens structuurmateriaal toe te voegen.

Aardappelschillen en andere groente- resten: Onder de groenteresten zijn het de aardappelschillen die wel eens voor twijfel zorgen. Voeg ze gerust toe aan de compost en meng er structuurmateriaal bij.

Eierschalen: Gekneusde eierschalen vergaan sneller. Ongekneusd zorgen ze voor luchtzakjes maar je vindt later meer restjes terug.

Doppen van noten: Bij kokosnoten gaat de vertering uiterst langzaam. Van okkernoten vind je na enkele maanden nog wel iets terug. Doppen van hazelnoten, arachi de en pistachenoten verteren probleemloos.

Keukenrolpapier: Papier en karton bestaan uit cellulose en zijn vervaardigd uit hout. In kleine hoeveelheden verteert het probleemloos. Gebruik je compostbak echter niet als alternatief voor de inzameling van oud papier.

Etensresten en brood: Beperk je tot kleine hoeveelheden. Wat tafelresten bijvoorbeeld enkele frietjes en wat appelmoes toegevoegd aan een vat dat goed werkt en dat voldoende structuurmateriaal ontvangt, kan echt geen kwaad.

Verwelkte snijbloemen: De stengels snij je best in stukken. Ze brengen lucht in de compost. Ook afgestorven potplanten mogen erbij. Trek de kluit eerst zo veel mogelijk los.

Haagscheersel: Het knipsel van alle mogelijke haagplanten, ook taxus, is zowat het beste
wat je compost kan overkomen. Haagscheersel heeft zowel groene als
bruine kwaliteiten. De houterige stengel zorgt voor beluchting, de fijnste twijgen, blaadjes en schors zijn rijk aan voedingselementen. Heb je veel haagscheersel in één keer te composteren, bevochtig het dan ruim. Anders droogt het door de intense compostering volledig uit.

Grasmaaisel: Grasmaaisel is groen materiaal bij uit- stek en je hebt er meestal vrij veel van in een keer. Voeg het toe in dunne lagen of meng het met structuurmateriaal vooraleer je het in je vat of bak gooit. Gras kan de compostering zo fel aanwakkeren dat er broei ontstaat: hevige opwarming gevolgd door uit- drogen. Hou je compost in de gaten, voeg zo nodig water toe, hou de luchtigheid onder controle en zet tijdig om. Zo zullen je bergen gras volledig verteren en opgaan in het niets.

Versnipperd snoeihout: Versnipperde takken zijn een uitstekend basismateriaal voor je compost.
Het hout brengt lucht in de compost en de bladeren en schors zitten vol voedingselementen.

Plantenresten uit moes- en siertuin: Alle teeltresten uit de tuin kunnen worden gecomposteerd. Om de overbrenging van plantenziekten via de compost te vermijden kan je maar beter alle regels goed opvolgen. Met het omzetten van de compost en de daarmee gepaard gaande temperatuurstijging beperk je het risico aanzienlijk. Vrees je toch voor overbrenging van ziekten, breng de betreffende teeltresten dan naar het containerpark. Ze zelf in de tuin verbranden is wettelijk verboden en erg milieubelastend door dioxineuitstoot.

Onkruid: Hetzelfde geldt voor onkruid dat in zaad staat. Hun stengels en bladeren zijn uitstekend compostmateriaal. Verwijder zo goed mogelijk de aarde tussen de wortels.

Stro en hooi: Stro is meer nog dan hooi een bruin materiaal bij uitstek. In de landbouw wordt het al vele eeuwen als structuurmateriaal tussen mest gemengd.

Herfstbladeren en dennennaalden: De meeste herfstbladeren verteren moeiteloos. Wat je niet als mulch materiaal (bodembedekking) kwijt kan tussen bomen en struiken, kan je verwerken tot compost. Je kan ze ook opsparen in een afzonderlijke bak of mand om ze later te vermengen met groen materiaal zoals keukenafval en gras maaisel. Vooral dennennaalden en moeilijk afbreekbare bladeren zoals notelaar, (Amerikaanse) eik, beuk, tamme kastanje,… komen hiervoor in aanmerking.

Mest van planteneters: Heb je een hamster of een cavia in huis of enkele (dwerg)konijnen, kippen of zelfs schapen in de tuin lopen? Hun mest zal voor je tuin veel interessanter zijn ná compostering.

Zaagmeel en houtkrullen: Zaagmeel moet je goed mengen met het ander materiaal, het heeft vaak de
neiging om samen te koeken. Gebruik het steeds in kleine hoeveelheden. Houtkrullen of schavelingen zijn veel luchtiger en kunnen als bruin materiaal worden gebruikt. Gebruik geen schavelingen van behandeld hout en wees zuinig met houtkrullen van tropisch hout.

Niet of moeilijk composteerbaar?

Timmerhout en grof ongesnipperd snoeihout: Dit afval verteert veel te langzaam. Als je grof snoeihout onderaan een compostvat of –bak gebruikt, zoals vaak wordt aangeraden, zal dit je tijdens het omzetten alleen maar hinderen.

Beenderen en dierlijk afval: Ze kunnen heel erg stinken en ongedierte aantrekken.

Aarde en zand: Aarde en zand bestaan uit inert materiaal en verteren niet. Schud alle grond zorgvuldig van de wortels van onkruid en andere planten voor je ze bij de compost gooit. In grote hoeveelheden
remt grond, klei, leem of zand - het composteringsproces af. Zelfs een klein beetje aarde of zand vermindert de kwaliteit van de compost.

Saus, vet en olie: Deze viscose materialen leggen een "beschermende" laag rond het afval. Ze vertragen het composteringsproces.

Uitwerpselen van honden en katten: Deze uitwerpselen hebben heel andere kenmerken dan die van planteneters. Ze laten zich minder goed
mengen met het ander afval en ze veroorzaken geurhinder. Ze trekken ongedierte aan en leveren een gevaar op voor ziektes (vb. toxoplasmose)

 

Be the first to comment...
Leave a comment